Wat is er toch gebeurd met de metroseksuele man?

Illustratie door Marta Parszeniew

Op mijn
dertiende was ik dol op haarproducten: Wella Shock Waves Gel, Wet Look VO5,
Fudge Styling Wax, L’Oreal Extra Strength, Aussie Mousse – eigenlijk alles dat
beloofde om mijn vettige haardos handelbaar te maken. Er kwam een punt dat ik
meerdere prutjes per dag aanbracht, zodat mijn haar veranderde in een soort
harde, knapperige plak. Maar niet alleen mijn coupe was tot in de puntjes
verzorgd; meestal kwam er nog een royale hoeveelheid aftershave van Paul Smith
bij kijken, en een klodder hydraterende crème van Nivea. Ik droeg graag strakke Levi’s-broeken en zo’n retro voetbalshirt, met aan de ene kant de letters “BRA”
en aan de andere kant “ZIL”.

0
0
1
967
5517
Koen van Bommel
45
12
6472
14.0

Normal
0

false
false
false

EN-US
JA
X-NONE

/* Style Definitions */
table.MsoNormalTable
{mso-style-name:”Table Normal”;
mso-tstyle-rowband-size:0;
mso-tstyle-colband-size:0;
mso-style-noshow:yes;
mso-style-priority:99;
mso-style-parent:””;
mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt;
mso-para-margin:0cm;
mso-para-margin-bottom:.0001pt;
mso-pagination:widow-orphan;
font-size:12.0pt;
font-family:Cambria;
mso-ascii-font-family:Cambria;
mso-ascii-theme-font:minor-latin;
mso-hansi-font-family:Cambria;
mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

Nou denk ik dat
iedereen er op deze manier bespottelijk uit zou zien, maar voor een
dertienjarige was het helemaal zwaar overdreven. Mijn puisterige huid had echt
geen extra vet nodig en ik was niet eens in het bezit van een scheermesje – laat
staan dat ik dure aftershave nodig had. Toch was dit geen look die me
opgedrongen werd door leeftijdsgenoten, die op dat moment nog volledig gehuld
in voetbaltenue rondliepen, in een walmende wolk van Axe Africa waar je
duizelig van werd. Nee, deze stijl werd me opgedrongen door veel oudere mannen:
de metroseksuelen.

Schrijver Mark
Simpson kwam als eerste met de term ‘metroseksueel’ in 1994, maar zijn
verhandeling over het fenomeen uit 2002 bevat de beste uitleg: “De doorsnee
metroseksueel is een jonge man, met genoeg geld, die in of rond een grote stad
woont – want daar zijn de beste winkels, clubs, sportscholen en kappers. Hij
kan homo, hetero of bi zijn, maar dat doet er niet toe, want hij is
overduidelijk vooral verliefd op zichzelf. Zijn seksuele voorkeur is zijn eigen
genot.” Deze mannen pasten bij het tijdsbeeld: zo stijlvol dat het hopeloos
was, zo zelfzuchtig dat ze er ongelukkig van werden, en zichzelf zo kwijt dat
ze niet meer gered konden worden.

Vandaag de dag,
nu je je lichaam en geslacht kunt aanpassen naar believen, lijkt dit misschien
weinig revolutionair. Maar de metroseksuelen waren de post-9/11,
pre-kredietcrisis dandy’s: ze neukten in het rond, maar zorgden ook goed voor
hun huid. Ze keken voetbal, maar waren zich bewust van hun kapsel. Ze dronken
bier, maar zorgden goed voor hun gebit. Ze reden in BMW’s en op vintage
Vespa’s. Ze dronken rosébier, probeerden PR-meisjes te verleiden en wisten dat
je shiitake moest afdeppen in plaats van afspoelen, omdat dat beter was voor de
smaak. Ook dit was mannelijkheid, maar op een meer verfijnde manier.

Er zijn een
heleboel voorbeelden: David Beckham, Gordon Ramsey voordat hij gek werd en op
willekeurige plekken in Amerika middelmatige bouillabaisse begon te serveren,
José Mourinho voordat hij de ultieme chagrijnige brompotvader werd, alles van
Tom Ford, Hugh Grants personage in About a Boy en ten slotte
deze videoclip van Daniel Bedingfield.

Het gedrag, de
filosofie en de esthetiek van de metroman werden verankerd in het collectieve
geheugen door de remake van de film Alfie uit 2004. In de film zoeft
Jude Law door Manhattan op een scooter, terwijl hij links en rechts harten
breekt en dagelijks vocht inbrengende crème gebruikt. Zoals Taxi Driver tot
de verbeelding sprak van gedesillusioneerde jongeren in het post-Vietnam-tijdperk,
sprak Alfie tot de man in het post-millenniumtijdperk die zich zorgen maakte
dat zijn voorhoofd er een beetje vettig uitzag.

Het was een
tijdje de standaard als het om mannelijkheid ging. Voetballers gingen ineens
voor de Brazilian wax; politici stonden op de cover van de Esquire, en gedurende een jaar of tien droeg niemand een stropdas.
Voor het eerst in de geschiedenis liep je het risico dat je in elkaar geslagen
werd door iemand die zelfbruiner gebruikte.

Maar toen
gebeurde er iets binnen de rijke, stedelijke elite: het idee dat ultragladde
seksualiteit, dunne stropdasjes, scooters en Buddha Bar-compilatie-cd’s plotseling
ouderwets waren geworden. Er stond een nieuwe man aan de horizon: een ruige,
rustieke, bebaarde man, die van pulled pork hield, van kapotte jeans en van
bier dat gebrouwen werd in een oud vat onder een brug in een rauwe, industriële
omgeving.

De
hoofdingrediënten veranderden. Zero 7 werd Caribou, Supperclub werd Burger Bar
en Jude Law werd Bon Iver. Het was alsof een glorieuze toekomst van ons werd
afgepakt, en we terug werden gestort in een culturele duisternis, waar de
overheersers tevens uitbaters waren van koffiebarretjes met een interieur vol
gerecycled hout. De originele metroseksuelen werden ondertussen vader, gingen
failliet of ten onder aan cocaïneverslavingen. De metroseksuelen in Amsterdam
(waar ze voornamelijk zaten) verhuisden naar de yupperige Pijp en verkochten
hun vinylcollectie van Miles Davis.

Uiteraard zijn
de idealen van beide bewegingen even debiel en nep, maar de verschillen spreken
boekdelen over wat er in de maatschappij is gebeurd. De kapitalistische
metroseksuelen geloofden heilig in de industrie, in massaproductie, in merken:
Nivea, BMW, Absolut Vodka. Terwijl de nieuwe generatie van rustieke baarden
feitelijk technofoben zijn – wantrouwig naar alles dat van verder weg komt dan
de eigen landsgrenzen. Ze brouwen hun eigen bier, dat ze aan hun eigen mensen
verkopen, als een soort enge sekte.

Je kunt niet
zeggen dat de ene groep beter is dan de andere. Ze hebben allebei hun
tekortkomingen. Maar terwijl het lastig is om je voor te stellen dat de
rustieke baarden een waardevol nalatenschap zullen achterlaten, afgezien van
industriële complexen die vernuftig omgetoverd zijn tot cafés, hadden de
metroseksuelen een blijvende, tastbare impact op onze cultuur.

Je ziet het
nalatenschap van de metroseksuelen in meer dingen dan je misschien zou denken.
Bijvoorbeeld bij de mensen die hele dure sokken dragen en drie keer per week
bij de barbier zitten om hun krulsnor in te laten smeren met zalvende
kokoscrème. Hippe restaurants mogen pochen met termen als ‘nieuw-ruig’, clubs
mogen stoer doen met hun industriële interieur, alles mag ‘oer’ en ‘grof’ moeten
heten, maar het krulsnorretje moet aan de andere kant wel keurig zijn
ingesmeerd met een hydraterende aloë vera-gel.

Het is makkelijk
om grapjes te maken over metroseksuelen, maar misschien was het wel een soort
verkeerd begrepen voorhoede van de toekomst; vergeten dromers, met een
nalatenschap dat verder reikt dan de wereld waar ze in leefden. Goed
gehydrateerde dromers op Vespa’s, die een toekomst tegemoet reden die we nu pas
begrijpen.

Leave a Reply